Het kurken reddingsvest

wit

Het reddingsvest vond zijn oorsprong halverwege de 19de eeuw, toen ijzeren boten de traditionele houten schepen begonnen te vervangen. Bij een schipbreuk van een houten schip bleef vaak voldoende materiaal drijven, zoals rondhouten delen van de tuigage, masten en andere spullen. Genoeg voor drenkelingen om zich aan vast te grijpen. Toen steeds meer drenkelingen verdronken nam de noodzaak toe voor het gebruik van reddingsvesten.

Vanaf 1830 gebruikte de KNRM een kurken reddingsvest, de ‘scaphander’. Een hele stap vooruit. Vóór die tijd had je als redder alleen een gordel van Overijsselse biezen, een soort gevlochten riet. Redders vonden het niet echt comfortabel zitten en het vest was niet handig bij het redden van mensen. Het reddingsvest belemmerde de bewegingsruimte van een redder. Daarom besloten redders wel eens om het vest niet te dragen, soms met alle gevolgen van dien. Gelukkig is door de jaren heen het reddingsvest verder ontwikkeld tot wat nu het overlevingspak is. In het Reddingmuseum zijn vele soorten reddingsvesten en overlevingspakken terug te vinden. Een kurken reddingsvest wordt momenteel getoond in de expositie Gezonken Reddingen.